Berekenen hoogte ontslagvergoeding
Op welke wijze wordt de ontslagvergoeding berekend bij een kennelijk onredelijk ontslag
- Stap 1: Kennelijk onredelijk ontslag
Al eerder heb ik een stuk geschreven over de vergoeding die door de Kantonrechter kan worden toegekend bij de ontbinding van een arbeidsovereenkomst (aanpassingen kantonrechtersformule). Een arbeidsovereenkomst kan ook anders dan via een ontbinding door de Kantonrechter eindigen, één van de mogelijkheden is dat de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt opgezegd waarbij dan vooraf aan het UWV toestemming moet worden gevraagd voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst.
Het UWV kan bij deze toestemming aan de werkgever geen verplichting opleggen tot het betalen van een vergoeding aan de werknemer. In de huidige recessie kiezen veel werkgevers er daarom voor om een arbeidsovereenkomst op deze manier te beëindigen. Via een achterdeur is het dan voor de werknemer toch mogelijk om alsnog een vergoeding te verkrijgen, indien de opzegging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is. Een werknemer kan dan via de zogenaamde kennelijk onredelijk ontslagprocedure aanspraak maken op schadevergoeding. Deze vordering dient te worden ingediend binnen 6 maanden na de dag waartegen de arbeidsovereenkomst is opgezegd. In de wet zijn voorbeelden gegeven van gevallen waarbij de opzegging door de werkgever kennelijk onredelijk kan zijn. In de meeste gevallen wordt door de werknemer gesteld dat de gevolgen van de opzegging / beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor de werknemer te ernstig zijn ten opzichte van het belang van de werkgever bij opzegging (dit wordt ook wel het “gevolgencriterium” genoemd). Indien de rechter oordeelt dat de opzegging kennelijk onredelijk is geweest, komt de schadevergoeding aan de orde. De wet geeft niet aan hoe deze schadevergoeding moet worden berekend.
Lange tijd is niet duidelijk geweest op welke wijze deze vergoeding zou moeten worden berekend; sommige rechters vonden dat de schadevergoeding diende te worden berekend aan de hand van de kantonrechtersformule (in ontbindingszaken), anderen oordeelden dat dat niet strookte met de achterliggende gedachte van een schadevergoeding. - Stap 2: Hoogte vergoeding
De Hoge Raad stelt voorop dat pas dan van een vergoeding op grond van art. 7:681 sprake kan zijn als eerst – aan de hand van alle omstandigheden van het geval – is vastgesteld dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Daaruit volgt dat de enkele omstandigheid dat de werkgever de werknemer geen vergoeding heeft aangeboden, het ontslag nog niet kennelijk onredelijk maakt. Volgens de Hoge Raad kan bij vergoedingen wegens kennelijk onredelijk ontslag de kantonrechtersformule niet worden toegepast. De beslissing van het hof Den Haag wordt vernietigd en het hof Amsterdam moet de zaak opnieuw behandelen.
Een vergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag heeft een ander karakter dan een vergoeding die de kantonrechter kan toekennen bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verandering in omstandigheden. De vergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst is een vergoeding naar billijkheid, maar de vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag is een vergoeding wegens geleden schade. Die schade houdt verband met de aard en de ernst van het tekortschieten van de werkgever. Of sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag moet door de rechter worden bepaald in een procedure waarin ook het bewijsrecht geldt, en de schade moet volgens de daarvoor geldende regels worden begroot.
De rechter moet bij kennelijk onredelijk ontslag dus oordelen naar de omstandigheden van het geval en zijn beslissing naar behoren motiveren. Daarbij past een algemene kantonrechtersformule niet. Ook toepassing van een generieke korting verdraagt zich daarmee niet.
De voorspelbaarheid van de rechterlijke beslissingen over de vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag is vooral afhankelijk van de wijze waarop rechters inzicht geven in de factoren die daarbij een rol spelen. Het is denkbaar dat een zekere harmonisatie van deze rechterlijke beslissingen mogelijk is door de van belang zijnde factoren duidelijk te benoemen en inzichtelijk te maken welke financiële consequenties daaraan worden verbonden.
Gevolg van deze uitspraak
De uitspraak van het hof ’s-Gravenhage wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Amsterdam dat de zaak opnieuw moet behandelen met inachtname van deze uitspraak van de Hoge Raad.
Dit is een samenvatting van de uitspraak van de Hoge Raad van 27 november 2009. Bij verschil tussen deze samenvatting en de volledige uitspraak is laatstgenoemde bindend. Voor de volledige uitspraak zie: http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BJ6596&u_ljn=BJ6596
Dit stappenplan is geschreven door:
| Mevr. mr. J.J. Lauwen | Bekijk profiel Bewaar Contact | ||||
| Oss | Van Zandvoort & Lauwen Advocaten | ||||
| Advocaat sinds 1998 | |||||


